Vermist

Gepubliceerd op Donderdag 18 februari 2016
Ik kom vanmorgen aan op mijn werk; poort dicht. Het is nog vroeg dus ik hoor geen alarmbelletjes rinkelen. Met mijn map en mijn appel loop ik het Mediaplein op. Normaal gesproken zijn er rond deze tijd negen mannen achter negen computerschermen hard aan het werk. Nu branden er maar twee zwakke lichtjes. Ik druk mijn pc aan en kijk nog eens op mijn horloge. Ik hoorde gisteren het spel op de radio 'Baas of Bed' waarbij je drie uur uitslapen kon winnen, wellicht hebben ze dit met zijn allen gespeeld? De tijd verstrijkt en ik zoek een columnonderwerp. Maar de afwezigheid van mijn collega's drukt zwaar op mijn gemoedstoestand. Ik surf wat op internet. Griep heerst. Ik hoest een keer, mijn collega kijkt op. 'Is iedereen ziek?' Hij lacht: 'Nee, dat denk ik niet.' Ik haal mijn schouders op. Dan valt mijn oog op een artikel over ziektemeldingen op het werk. Een kwart van de mensen die zich ziek melden worden bedreigd, geschopt of gebeten door collega's. Wat? Gebeten serieus? Mijn hart staat even stil. Ik kijk de ruimtes rond die wij hier hebben met zijn allen. Er zijn de afgelopen maanden twee jongens komen werken die hier stage hebben gelopen. Hoorde ik nou pas iemand zeggen; lekker dat jonge bloed? Ik kijk op Netflix een serie over vampiers en deze is zo realistisch dat ik me afvraag of ... De jonkies zijn allebei afwezig. Ik schud de gedachte snel van me af. Onze nieuwste aanwinst is er wel. Ik ken hem eigenlijk nog niet zo goed. Ik kijk om het hoekje naar hem om te zien of hij zich schuldig gedraagt. Hij ziet er wel stoer uit. Ik loop op hem af met een kan hete koffie. 'Goh het is stil hé?' Hij knikt. 'Ik vind het wel lekker rustig zo.' Mijn hand begint te trillen. Lekker rustig? 'O ja, mis je de rest niet dan?' Ben benieuwd wat hij hierop gaat antwoorden. 'Nou, ik moet er niet aan denken om nu bij hen te zijn!' Hij lacht. Ik voel de grond onder me verschuiven en zoek steun bij het bureau van een van mijn vermiste collega's. 'Hee joh gisteren teveel gedronken?' vraagt hij uiterst aardig. 'Of ben je ook niet van de carnaval? Gek idee hé dat de rest nu in Cuijk bij de kroegentocht is of in een of andere snikhete zaal.' Verrek, hij is geen vampier. Hij is een nieuwe hardwerkende, niet carnavalvierende collega. En voor de rest; Alaaf en proost!