De zomer voorbij

Gepubliceerd op Dinsdag 18 september 2012
’T is weer voorbij die mooie zomer. De kinderen zijn weer naar school, de sporten draaien weer op volle toeren. Kortom: het is weer plannen geblazen. Vooral in de ochtend merk ik dat dit nogal wat gepuzzel met zich meebrengt. Dan komt mijn jongste in haar lievelings zomerjurkje met spaghettibandjes naar beneden. Na een hele discussie met mijn ‘ik-ben-geen-kleuter-meer-want-ik-zit-nu-in-groep-3’er sluit ik heel verstandig een compromis waar een warme legging en idem vestje nog een aardige nazomer outfit creëren. De oudste komt er achter dat haar gymschoenen niet meer passen. Ik weet dat er ergens nog nieuwe, toentertijd te grote, dansschoenen van haar rondslingeren, die nu dus perfect zouden passen. Maar waar? Terwijl ik bij mijn rozenkrans van de heilige Antonius sta te bidden om de verloren schoenen, verzorgt mijn man het ontbijt. De meiden kijken enigszins beteuterd naar hun boterham met pindakaas en vragen waarom ze in Nederland niet ook ontbijten met croissantjes en chocoladebroodjes. In hun overblijftrommeltjes willen ze graag pizza, want dat aten ze op vakantie ook wel eens tussen de middag. Na school gingen we naar de supermarkt. Er lagen alweer pepernoten in de schappen. Stuiterend en zingend verlieten we de supermarkt. Thuis gekomen keken ze tot overmaat van ramp ook nog in de brievenbus, het grote Intertoys boek. Het gaf wel even rust, dat urenlang cirkeltjes zetten om al het moois. Maar ik moest echt ingrijpen toen mijn jongste voor het slapen gaan haar schoentjes bij de kachel ging zetten. “Lieverd, het is september. De pepernoten en het speelgoedboek hebben de winkeliers verzonnen zodat alle kindjes alweer zin krijgen in het sinterklaasfeest. Maar dat is niet zo eerlijk van die grote mensen want het duurt nog maanden voordat Sinterklaas hier is.” Ik heb haar nog nooit zo boos gezien. “Nietwaar, jij bent stom!” Ik kijk mijn woedende groep 3-er aan die met werkelijk elk vezeltje in haar kleine lijfje boos op mij is. “Huh? Zag ik daar nou een zwarte Piet?” roep ik en kijk door het raam. “Ja ja, ik zag hem ook!” roept ze blij. “Mama, jij bent de aller-allerliefste!” Mooi, zo is dat ook weer duidelijk. Vooruit dan, laat die heerlijke avondjes maar weer langzaam komen.