Patat Generatie en Google Kids

Gepubliceerd op Donderdag 22 juni 2017

Ik las pas een artikel over een moeder die haar kinderen had verwend en nu enorme spijt heeft. Ze was zelf opgegroeid in een arm gezin. Zij was in haar puberteit gepest vanwege haar tweedehands/ derdehands kleding en zelfgebreide jassen. Ze had zichzelf toen belooft het leven van haar kinderen makkelijker te maken. Dus werkte ze kei hard en begon pas aan kinderen toen ze genoeg gespaard had om hen alles te geven. Ze vertelde dat ze altijd de beste merkkleding droegen en ze ieder jaar twee keer op vakantie gingen naar een ander land om culturen te leren kennen. Nu waren ze het huis uit, in de twintig, met geldproblemen. Want ze wilden nog steeds alleen maar merkkleding en natuurlijk twee keer per jaar op vakantie, maar zij hadden nog niks gespaard. Want ze hadden nog nooit gewerkt, moeder zei eerst school en genieten, werken kan altijd nog.

Ik denk dat we doorslaan in het pamperen van onze kinderen. Zo krijg ik persoonlijk altijd jeuk als bij een wedstrijd iedereen de winnaar is en wordt beloond met een medaille. 'Dat is juist goed,' zegt men. 'Want dan leert een kind dat meedoen belangrijker is dan winnen.'

Maar is dat zo? Wat is er mis met op je bek gaan? Vervolgens jezelf pushen? Jouw grenzen verleggen? Kijken waar je in uit blinkt? Winnen geeft een fantastisch gevoel of dat nu met voetbal, een voorleeswedstrijd of een rekentoets is. De beste zijn is gaaf en dat willen bereiken, daar is helemaal niks mis mee.

Ik ben geen hele harde moeder die staat te schreeuwen dat alles draait om winnen. Maar ik ben ook zeker geen zacht ei. Wanneer je jouw kind continu ophemelt krijgt hij of zij het nog zwaar in de echte wereld als blijkt dat niet alle deuren automatisch opengaan.

Ik werd vroeger geregeld tweede. In plaats van een schouderklopje zei mijn vader dan altijd; 'Aha, dan was jij dus de eerste verliezer!' De keiharde waarheid.
Ik ben nog net de Pragmatische generatie, we werden vrijgelaten in onze eigen keuzes en doen waar je gelukkig van wordt stond bovenaan ons lijstje. Andere benaming voor ons is Patatgeneratie, die naam hebben we te danken aan het feit dat we geen enkele strijd hebben moeten leveren voor onze vrijheid en daardoor soms een tikkie gemakzuchtig kunnen zijn. Dat klopt, maar ik ben me daar wel bewust van en dat zou het verschil moeten maken.

Mij dochters zijn van de Generatie Google kids, geboren in een economische crisis en naar verwachting nog meer technologische kennis dan eerdere generaties. Verder is er over hen nog weinig bekend, logisch want ze moeten zich nog ontwikkelen. De hokjes moeten nog gebouwd worden en de stempels gedrukt. Wat is nu goed om je kind te leren? Je kunt alles worden wat je wil? Zorg voor een goede basis en dan kun je alles doen wat je wil? Ik denk dat we als ouders van de Google generatie vooral onze kroost moeten leren wat 'alles' is. Alles is niet ieder jaar een nieuwe telefoon, iedere twee jaar een andere auto, ieder seizoen een andere jas. Niet ieder jaar een andere vakantiebestemming en iedere drie jaar een andere partner. Alles is niet continue van baan wisselen, geen enkel event willen missen of botox spuiten bij de eerste rimpel.

Alles is gelukkig zijn. Dat is het wat ik hoop voor de toekomst van mijn dochters; dat ze gelukkig zijn. Wat dat is? Ik denk gezond en zorgeloos door het leven gaan, (met een patatje op zijn tijd, maar dat zal mijn generatie wel zijn). Maar het allerbelangrijkste ingrediënt voor geluk heb ik van mijn oma geleerd. De stille generatie. 'Denk eraan lieverd te is nooit goed behalve te-vreden!'