Cybercrime

Gepubliceerd op Dinsdag 23 januari 2018
Meer dan een kwart van de volwassen Nederlanders is vorig jaar slachtoffer geworden van cybercrime en men denkt dat dit in 2018 nog flink zal oplopen. De meest gebruikte cybercrime is phishing waarbij de crimineel jou aanspoort jouw gebruikersnaam en wachtwoord in te vullen. Soms is het superduidelijk zoals die verre totaal onbekende buitenlandse neef van een totaal onbekende buitenlandse oom, die op zoek is naar jou omdat hij al zijn miljoenen wil achterlaten en of je even je wachtwoord wilt geven. Maar soms is het een mailtje van, zo lijkt, je bank om je gegevens te verifiëren juist uit veiligheidsoverwegingen.

Nooit je gegevens achterlaten is dan makkelijk net als je wachtwoord niet opslaan op je computer. Maar we kunnen al veel bereiken met een goed wachtwoord! Dus niet overal hetzelfde wachtwoord invullen en natuurlijk regelmatig veranderen.

Dat weten we allemaal, maar hoeveel van diegene die nu mijn column lezen hebben de naam van hun kind, huisdier of zichzelf gevolgd door de bijpassende geboortedatum? En dat niet alleen bij je Facebookaccount, maar bij ieder ander inlogsysteem? Of serieus een van de meest gebruikte wachtwoorden; 123456, geheim of wachtwoord?

Ik gebruik als het kan graag wachtwoordzinnen, want die zijn blijkbaar lastiger te kraken. Alleen ook voor mij als ik niet 100% fit ben. Zo had ik onlangs ergens ‘gezelligblauwvarken’ als wachtwoord, maar ik had geen idee meer wat ik daar ook alweer had ingevuld. Gelukkig heb ik daarvoor een geheim wachtwoordboekje waar ik met pen cryptische omschrijvingen geef van mijn wachtwoordzinnen. Want ik ga natuurlijk niet de echte wachtwoorden opschrijven, stel je voor dat iemand dat vindt! Maar daar stond het dan: Plezierig lucht knorretje.

Oké daar ging ik dan: lolligreukbiggetje. Uw wachtwoord is niet juist.
Poging twee: aangenaamgrauwvarkentje. Uw wachtwoord is niet juist.
Poging drie: prettigeblauwetekenfilmheld. Uw wachtwoord is niet juist.

Het nadeel van wachtwoordzinnen is dat er niet wordt aangegeven of er een deel van de zin wel klopt.

Ik geef het op! 'Waarom gebruik je dan geen online wachtwoordmanager?' vroeg een collega. Maar dat vind ik dan weer eng. Wat als ze die kraken? Dan weten ze al je wachtwoorden.

Nee, ik hou het wel bij mijn cryptische omschrijvingen, lekker veilig. En bovendien denk ik wel 10 keer na voor ik weer online ga winkelen. Dat zouden ze eigenlijk ook in fysieke winkels moeten hebben. Nog één paar schoenen passen dan. ‘Natuurlijk mevrouw, wat is uw wachtwoord?’ Uhm, amicaalademvarkentje? ‘Nee’ spreekt ze dan streng. ‘Maar ze zijn zo mooi. Ik weet het wel.. plezantgeurbiggetje,’ sprak ik hoopvol. ‘Nog één poging mevrouw!’

‘Gezelligblauwvarken! Gezelligblauwvarken! Geef die schoenen hier!’ Zo wordt winkelen naast therapeutisch, ook nog eens perfecte geheugentraining!