Thuis

Gepubliceerd op Donderdag 23 april 2020

Ik ben blij. Deze week werd er in de persconferentie vertelt dat we nog langer thuis moeten blijven.
Begrijp me niet verkeerd, ik ben alles behalve blij dat ik (en de halve wereld met mij) niet mag gaan en staan waar hij of zij wil. Maar ik ben wel blij met mijn thuis. Ik heb een huis waar alle gezinsleden de ruimte hebben zichzelf terug te trekken. Ik heb een tuin waar we kunnen barbecueën. Ik heb een plek waar ik mezelf kan zijn. Ik ben in mijn leven zo’n 14 keer verhuisd. Het doet je toch nadenken over het begrip thuis. Wanneer voelde ik me het meest thuis? En waar lag dat aan? Het huis zelf? Meestal niet, maar wel de energie. Van wellicht het huis en de omgeving, maar ook van mijn gezinsleden en mezelf. In sommige huizen had ik me nu écht opgesloten gevoeld. Een thuis biedt geborgenheid. Dat onderscheidt een huis van een thuis.

Een thuisgevoel kun je vaak koppelen aan veiligheid, verbondenheid en identiteit. Die eigenschappen daarvan zijn natuurlijk niet voor iedereen hetzelfde. Als dat wel zo zou zijn, dan zou ieder huis een kopie zijn van de buren. Wij wonen in een straat waar de huizen werkelijk kopieën zijn, maar toch zijn ze allemaal anders. Een ander kleurtje op de kozijnen, andere raambekleding, andere tuintjes, andere inrichting, andere sferen. Ik ben met mijn 40 jaar nog steeds aan het zoeken naar mijn ideale sfeer. Enerzijds hou ik van kleur en gezellige spulletjes vol herinneringen om me heen. Anderzijds hou ik van ruimte en sereniteit. Oplossing, voor mij, is dat ik bijvoorbeeld aan de binnenkant van de keukenkastjes de mooiste tekeningen heb hangen.

Ik kom er ook steeds meer achter dat een stukje thuis in jezelf zit. Dat hoe druk je huis ook is, je de rust kunt vinden om jezelf terug te trekken. Daarvoor zit ik niet in kleermakerszit op een yogamatje of lig ik in foetushouding onder de salontafel. Maar ik kan wel in mezelf keren. Dan ga ik samen met mijn zus vliegen over de hoge boomtoppen, ga ik met mijn vriend blootsvoets wandelen aan zee, of met mijn dochters op een kameel door de woestijn struinen om terecht te komen in een verfrissende Fata Morgana waar we op ligstoeltjes aardbeien gedipt in chocolade eten. Want dat is het mooie van je gedachten. Je kunt gaan waar je wil. Waar je ooit was, of waar je ooit zou willen zijn. Zonder mijn fantasie was ik denk ik tamelijk gek aan het worden van deze quarantaine.

Zo was ik gisteren terug bij het huis waar ik geboren ben. In de tuin daar, stond een boom waar echte kauwgomballen aan groeiden. De kauwgomballen groeiden helaas maar een paar keer per jaar. Vanuit het niets ineens in volle bloei in één nacht en ze vielen er ‘s morgens heel vroeg uit. Gelukkig had mijn moeder dat in de gaten en was ze die ochtend toevallig altijd heel vroeg op. Ze deed al die vrolijke zoete, kauwgomballen in grote glazen weckpotten. Oh, dat onbeschrijfelijke gevoel als mijn zus en ik wakker werden en de potten stonden op het keukenschapje te stralen. Dat was misschien wel het moment dat ik me het meest thuis voelde, omringd door de magische kauwgomballen.