Eén ei is geen ei

Gepubliceerd op Donderdag 25 maart 2021

Het is weer bijna Pasen. Ik heb op zich weinig met dit feest, maar wel alles met dit seizoen. De dagen worden weer langer, de zon gaat weer schijnen, de hele wereld is één grote bol vol hoop met prachtige, ontluikende kleuren, fluitende vogeltjes en geurige bloesems. Lente is leven!

Het enige wat ik vervelend vind aan Pasen is dat kromme, kromme versje.
‘Een ei is geen ei, twee ei is een half ei, drie ei is een paasei.’
Ik vind dit irritant om voor de hand liggende redenen. Eerste punt is dat één ei wel een ei is. Ten tweede klopt er grammaticaal natuurlijk niets van. Twee ei? Zucht…
Om mijn ergernis te stillen ben ik gaan onderzoeken wat de betekenis is van dit vreselijke rijmpje. In de hoop dat er een schattige betekenis achter zit en ik dit voortaan aan kan horen, terwijl ik denk aan de ongetwijfeld zoetsappige beduidenis.

Ik ben erachter, maar nu vind ik het nog achterlijker!
De oorsprong gaat een heel eind terug in de geschiedenis in de tijd dat jongens eieren gingen ophalen in de buurt. Zij sloegen met hun paasstokken op de grond om te laten horen dat zij er aan kwamen. Zij gingen langs de deuren om eieren en liever nog geld op te halen. Met één ei waren zij niet tevreden en met twee eieren ook niet. Het geld of de opbrengst van de eieren werd vervolgens naar de pastoor gebracht. Mochten mensen niet opendoen dan gooiden de jongens vaak uit woede de zojuist opgehaalde eieren kapot tegen de deur. Wat een ondankbaarheid! Ze hadden gewoon de meisjes door de straten moeten laten huppelen en laten zingen. ‘Een ei maakt ons blij, twee ei maakt ons superblij en met drie ei zijn we ultrablij!’

Hoor je ’t ook? Zelf de grammaticale kromheid is prima te doen, wanneer de boodschap positief is!