Gewoon shit

Gepubliceerd op Donderdag 29 september 2016
'Dag Eefke hoe gaat het met je? ' Ik knik instemmend. 'Ja, prima hoor. Jij?'
'Ja, zeker ik mag niet klagen!' En daar komt het mensen, ik schaam me diep, maar ik heb het écht gezegd. Midden in de supermarkt: 'Dan moet je dat ook niet doen.'

Ik glimlach vriendelijk en loop weg. Snel. Mijn kleine Eefke, die in mijn hoofd woont, schreeuwt de longen uit haar lijf. Ze vind dat zo erg. Cliché antwoorden geven op cliché vragen. We konden vroeger zo genieten van structuur lospulken, omwroeten en op kop zetten.
Bijvoorbeeld aan de kassa. 
'Goedemiddag mevrouw, wilt u spaarzegels voor de handdoeken?'
Ik schud mijn hoofd. 'Nee, dank je.'
'Voor het servies?'
'Nee, dank je.'
'Wilt u de kassabon?'
'Nee, dank je.'
'Oké, prettig weekend!'
'Ja , heel graag.'
Gevolg: kassameisje in de war. 
'Sorry, wat wilt u graag mevrouw?' 
'Nou, zo'n prettig weekend' Ze zoekt in haar laatje. Arm kind.
'Jij ook een fijn weekend, bedoel ik', verbeter ik mezelf dan maar weer.

Ik fiets naar huis. Iemand passeert me lachend. Knikt vrolijk. Kijkt blij. Wat leuk om zo blij te zijn, denk ik droog. Maar mijn blij is op vandaag. Ik zie een glimp van mezelf in de winkelruit. Mijn winterkilootjes zitten er nog aan, concludeer ik. Net als die van vorig jaar trouwens. 
Ik besef ineens dat ik heus wel weet hoe ik zelf blij kan aanmaken. Stap 1: Stoppen met dit soort negatieve gedachten. Ik moet eigenlijk ook blij zijn dat ik überhaupt kan fietsen, denk ik alles behalve spontaan. Ik ben gezond, ik heb een fiets en het is droog. Oh, mensen wat ben ik dankbaar. Helaas deze, normaal gesproken, prima benadering werkt niet vandaag. Ik word niet blij. 

Opeens schiet het me te binnen: Ik had het pas gelezen. Ik moet een WSMGIDW-tje doen. Thuis aangekomen pak ik pen en papier. Wat staat mijn geluk in de weg? 
Ik begin. Ik ga verder. En dan is het op. Alles staat op papier, op één velletje. Staat er nutteloze onzin tussen zoals vieze snertregen? Yup.
Ik kijk naar het blaadje, ik mag best klagen, mompel ik semi in mezelf. Ik frommel het op en schiet het propje van de tafel. Mijn beagle komt hard aangerend en heeft het propje te pakken. Ik probeer het nog te redden, tevergeefs. Met grote lieve bruine ogen kijkt ze me aan. Ze lijkt er geen last van te hebben. Ik snijd voor de zekerheid een groot stuk leverworst voor haar af, in de hoop dat dit stimuleert. Buiten lopen we een extra lang rondje. Na een tijdje gaat ze er eindelijk voor zitten. Ze legt een flink bergje stront met witte stukjes onleesbare klaagzang er tussendoor. Het ziet er eigenlijk heel grappig uit, het stinkt trouwens wel. Ze kijkt me opgelucht aan. Ik aai over haar hoofd, gek beest. Ze kwispelt. 'High Five', roep ik en dat doet ze. Ze is blij, logisch, want ze is haar shit kwijt én de mijne.